Frustratie is iets waar iedereen mee te maken krijgt in zijn leven. En dat kan zijn om iets heel kleins waardoor je teleurgesteld bent of om iets dat je leven voorgoed verandert.
Wanneer je MS hebt, heb je des te meer reden om boos te zijn en je gefrustreerd te voelen.
Want wat eerder vanzelfsprekend was, is dat nu niet meer. En wat eerder vanzelf ging kost nu heel veel moeite of lukt niet meer. Als er iets is dat ons mensen van ons stuk brengt, dan is het wel onvoorspelbaarheid. En bij MS weet je nooit hoe het er morgen uit ziet. Eigenlijk weet niemand dat, maar zolang er lichamelijk niets aan de hand lijkt te zijn , is het makkelijk om dat te vergeten.
Toen ik Steven – een vriend van mij uit Amerika die MS heeft – net leerde kennen, was hij zo gefrustreerd. Over alles. Dat hij MS had. Dat hij daardoor niet meer het werk kon doen waar hij zo van hield. Dat alles zo f*$#@ veel tijd en energie kostte. Dat er maar zo weinig tijd was op een dag waarin hij zich goed voelde en dat er zoveel was om te doen. Dat hij niet kon slapen. Altijd moe was. Dat zijn familie zooi in de gang liet staan dat hij dan eerst op moest ruimen om er langs te kunnen met zijn walker of scootmobiel. En ga zo maar door.
Bovenop alles waar hij lichamelijk mee te maken had kon ik zien hoe ongelukkig hij werd van zijn eigen woede en frustratie.
En ik zag hoe het zijn symptomen leek te verergeren. Dus vroeg ik of hij die woede en frustratie niet zat was, of het niet tijd werd om die los te laten? Zoals ik verwachtte werd hij boos toen ik dat zei. Niet zozeer op mij maar op het idee van loslaten. Van niet meer boos zijn. Hij was woest. Op MS. Op zijn lichaam. Op het leven en wat hij nu niet meer kon. Daar had hij toch zeker recht op! Niet meer boos zijn voelde als opgeven.
Niet meer boos zijn betekende voor hem hetzelfde als zeggen: ‘ik vind het prima dat ik MS heb.’ Hoe kon hij dat nu prima vinden? Was ik niet goed bij mijn hoofd? Zolang hij zich woedend voelde kon hij vechten tegen MS. Zodra hij daar mee op hield had MS, voor zijn gevoel, gewonnen.
Inmiddels zijn we meer dan zeven jaar verder en heeft hij ontdekt hoeveel beter hij zich voelt zonder woede en frustratie, wanneer hij niet vecht tegen zijn lichaam. Maar het was een lange weg om daar te komen.
Woede en frustratie, of welke andere emotie dan ook spelen zich af in ons lichaam. Iedere emotie die jij voelt beïnvloedt hoe jij je voelt en hoe jouw lichaam zich voelt. In positieve of negatieve zin.
Dus wanneer je boos bent of je gefrustreerd voelt of misschien MS zelfs haat, dan is het niet een externe vijand die je straft maar eigenlijk jezelf.
Wanneer jij je gefrustreerd voelt, krijgt iedere cel in jouw lichaam het effect van die emoties te verwerken.
Het zijn jouw lichaam en jouw hart die de pijn ervaren en jouw hoofd dat verstrikt raakt in de gedachtes die gepaard gaan met die emotie. Is de dagelijkse realiteit waar je mee te maken hebt, als je MS hebt, niet genoeg gedoe? Zonder dat je de chaos en pijn van woede en frustratie daar aan toe voegt?
De keren dat ik die vraag aan Steven stelde riep dat alleen maar meer woede op. Alsof hij daar iets over te zeggen had! Maar dat is het precies: wij mensen beschikken over de kracht en het vermogen om te bepalen wat we denken. En onze gedachtes roepen bepaalde emoties op.
Het voelt op dit moment misschien niet alsof jij iets te zeggen hebt over wat je voelt. Omdat de emotie te heftig is. Of omdat je al zo lang dezelfde gedachtes denkt die iedere keer opnieuw dezelfde frustratie oproepen. Maar de keuze is er wel.
Maar hoe dan? Als je NU wordt opgeslokt door frustratie kan het moeilijk zijn om te zien hoe je daar uit komt. Moet je die woede dan negeren? Het onderdrukken? Of net doen of het er niet is? Nee. Dat zou ik nooit adviseren. En soms kan het hel fijn zijn om te zwelgen in woede. En heel gezond om jezelf toe te staan alle frustratie er uit te gooien (nou ja, zonder de boel kort en klein te slaan).
Wanneer je frustratie ontkent of onderdrukt zorgt dat er alleen maar voor dat deze emotie zich diep in jouw lichaam vastzet en een eigen leven gaat leiden.
Het is belangrijk om wat je voelt – op dit moment – te erkennen. Dat maakt al een deel van je aandacht vrij uit de emotie waar je in zit. Als je dan nog het gevoel hebt dat de emotie je in zijn greep heeft kun je, je voorstellen dat je ‘uit de emotie stapt’. Dat visualiseren kan soms helpen om los te laten. En met dat jij los laat, heeft de emotie al minder grip op jou.
Wat je daarna (of ook) kunt doen is de emotie alle ruimte geven, terwijl je blijft observeren wat er gebeurt. Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Maar juist als je iets ademruimte geeft, wordt het lichter. Uiteindelijk wordt de emotie zo licht is dat je hem gemakkelijk los kunt laten. Wanneer jij daar aan toe bent en wanneer jij die keuze wilt maken.
En misschien duurt dat loslaten maar een moment, een paar minuten of een uur. En zit je dan weer midden in de frustratie. Maar nu weet je wat jij kunt doen om er voor te zorgen dat de emotie jou niet over neemt. En hoe vaker je er voor kiest om woede en frustratie los te laten, hoe minder ruimte die emoties in zullen nemen in jouw leven.
Maar dan ben je er nog niet. Wanneer je woede los laat, komt er ruimte voor iets nieuws. En het is belangrijk je daar bewust van te zijn. En waar jij die ruimte mee wilt vullen. Anders vult die ruimte zich opnieuw met dat wat we gewend zijn: in dit geval frustratie.
Wat wil jij dat de plaats van frustratie inneemt?
Kies er daarom bewust voor om die ‘ruimte’ (in je hoofd, je aandacht en je gevoel) te vullen met dingen waar je blij van wordt, die jouw een goed gevoel geven. Als je dat vaak genoeg doet, wordt dat een nieuwe gewoonte. En kun je jouw lichaam en jezelf ondersteunen met deze positieve gewoonte.
Waar word jij gelukkig van? Waar ben jij dankbaar voor (hoe klein ook)? Kijk naar binnen en kijk om je heen. Stel jezelf open om prachtige nieuwe dingen te ervaren. Stel jezelf open voor nieuwe, positieve ontmoetingen. Met anderen en – hoe zoetsappig dat ook klinkt – met jezelf.
En met jouw lichaam. Want jouw lichaam heeft jou nodig. Juist nu. En hoe vaker je kiest voor iets positiefs, rustgevends of vrolijks, hoe beter jij je zult voelen. En daar profiteert jouw lichaam ook van.